Vikingen

‘Ik zie er een!’ Mijn vierjarige dochter zet het op een rennen op het bospad. Kluitjes zand en water spatten achter haar omhoog. Ze rent met haar warme winterlaarzen door de blubber. Ik duw de buggy met haar broertje. Mijn vriend loopt naast mij en tuurt in de verte. ‘Wat ziet ze toch?’ Haar bijna tweejarige broertje laat luid protest horen. Hij wil meedoen. Al snel rent hij in zijn blauwe skipak met bivakmuts en wapperende handjes achter zijn zus aan. Honderd meter verder laat zij zich op de grond vallen. Wanneer wij bij haar komen roept ze enthousiast ‘Ik heb een krydsersten gevonden, mamma!’ Ze wijst op een paaltje met bewegwijzering. ‘Dit bos ken ik. Hier ga ik altijd met de børnehave naartoe!’ Vervolgens wijst ze ons een hut die ze samen met de andere kinderen van de kinderopvang heeft gebouwd. Ze zingt een Deens liedje dat ze altijd zingen wanneer ze wandelen.

Al kijkend naar mijn kind, realiseer ik dat ze fysiek vrijer was dan ik in mijn jeugd. Zou dit dan de Deense opvoeding zijn? „In Denemarken gaan wij uit van het wat we noemen ‘het competente kind’. Het kind dat zelf handelt en initiatieven neemt en uitdagingen zelf hanteert”, zegt Stig Broström (65), kinderonderzoeker aan de universiteit van Aarhus. „Kinderen krijgen daarom in het kinderdagverblijf, op school en thuis de gelegenheid om zelf te spelen zonder dat volwassenen het spel in gang zetten. Dat spel mag tot op bepaalde hoogte gevaarlijk zijn. Risico in het spel is een positief pedagogisch begrip.” Een interessante gedachte is dit zeker. Op bezoek in Nederland hoor ik toch heel vaak ’Pas op dat je niet valt!’, of ’Pas op dat je niet vies wordt!’

Op de Nederlandse school in Hellerup blijkt soms ook het verschil in inzicht tussen het Deense schoolsysteem en het Nederlandse systeem. Bijvoorbeeld over of een kind schoolrijp is. In het Deense systeem is een kind klaar om te leren als het over voldoende sociale en motorische vaardigheden beschikt. In Nederland wordt er wat meer gekeken of een kind al interesse heeft in het leren van letters, klanken en begrippen. Veel ouders geven dan ook aan dat ze blij zijn met de combinatie van een paar uur Nederlandse les per week en een Deense kinderopvang. Zo krijgen de kinderen het beste mee van beide systemen. In Denemarken is er wel sprake van een tegenbeweging. In 2014 werden de scholen hervormd om de prestaties te verhogen. Ook is de leerplichtsleeftijd uitgebreid van 7 naar 6 jaar.

Exemplarisch voor de Deense benadering is wat ik meemaakte in mijn werk als invaller op een kinderopvang. We waren op de speelplaats met een groep kinderen van 4, 5 en 6 jaar oud. Mijn collega liep naar een schuur en haalde er een paar mesjes uit. De kinderen wisten al wat er ging gebeuren. Ze begonnen in de bosjes naast de speelplaats alle mogelijke takken te zoeken. Mijn collega zocht de beste takken eruit en zetten de kinderen aan het snijden en slijpen van de takken. Ze kregen les over hoe ze het beste van zich af konden snijden. Ook zette hij ze een paar meter uit elkaar op krukjes. Het was stil, de kinderen waren geconcentreerd bezig. Als Nederlandse was ik verbaasd en ook wat gespannen. Als het maar niet mis zou gaan! Die kinderen waren nog zo jong! Na een kwartiertje had een van de kinderen in haar broek geplast. Mijn collega ging naar binnen om haar te verschonen en liet mij achter met de slijpende kinderen op de speelplaats. Stoer zei ik dat dit prima was, ik laat me niet kennen! Ondertussen duimde ik dat alles goed ging. Mijn collega kwam terug en een paar seconden later gaf een van de meisjes een gil. Ze had in haar hand gesneden. Mijn collega nam haar laconiek mee en belde de ouders. Een paar uur later kwam het meisje terug met haar vader en een drukverband om haar hand. ’Hoort bij het leren,’ zei de vader en gaf haar een zoen. Hij wees vervolgens op een poster die in het lokaal hing. Daarop stonden de 10 doelen voor kinderen in de kinderopvang. Een daarvan was ‘het om kunnen gaan met een mes’. Zijn dochter was in ieder geval op weg om dat doel te halen.

Een tijdje later zijn we met ons gezin in Nederland. We staan op het punt om een boswandeling te maken. Mijn schoonmoeder helpt mijn dochter in haar nette jas. Mijn dochter kijkt mij vragend aan. ‘Mam, waar is mijn flyedragt?’ Ik geef haar haar skipak. Zelf pakt ze haar bivakmuts en laarzen. ‘Dan kan ik lekker rennen, oma’, zegt ze en stapt kordaat de deur uit als een echte Viking.