Taalwondertjes

‘Mijn moeder hoort het verschil niet tussen tændstikker en tandstikker, echt zo grappig!’ Het 9-jarige meisje dat de uitspraak doet lacht, samen met de andere kinderen die eromheen staan. Ik ben op een verjaardag van Nederlandse vrienden die in Denemarken wonen en vang toevallig een gesprekje op tussen de aanwezige kinderen. Duidelijk niet voor mijn oren bestemd. Ik ben namelijk net als die moeder: ik hoor geen verschil.

Hoe anders is dat voor de tweetalige kinderen die ik veel om me heen heb als juf op de Nederlandse school hier in Kopenhagen. En ook voor mijn peuterdochter thuis. Zij horen alle klanken in het -voor mij vaak zo onduidelijk uitgesproken- Deens. Voor het eerst liet mij dochter mij weten dat ze bewust tweetalig was toen ze twee jaar oud was. Ik liep gehaast de børnehave in, waar ik zag dat bijna alle andere kinderen al waren opgehaald. Mijn dochter werd, samen met een ander kind, voorgelezen door een van de leidsters. Het ging er gezellig aan toe. De leidster las over een kinderboerderij en alle dierengeluiden werden uitgebreid nagedaan door de kinderen. Uit het zicht bleef ik staan. Ik genoot van het schouwspel. Trots was ik op mijn kleine dochter die daar zo veel lol had in een voor mij soms nog best lastige taal. Na een paar minuten zijn ze bij het kippenhok aangekomen. De kinderen tokken en lopen vol pret rondjes op het kleed. Dan krijgt mijn dochtertje mij in de gaten. ‘Høns mamma, ik ben høns, dat is een kip mamma.’

Een beetje jaloers ben ik toch ook wel op al die kinderen die zich in meerdere talen kunnen redden. Elisabeth van der Linden en Folkert Kuiken beschrijven dit proces in hun boek, dat ‘Het succes van meertalig opvoeden’ heet. Als ouders duidelijk één taal aan een situatie verbinden zijn kinderhersenen flexibel genoeg om meerdere talen accentloos op te pikken. Naast dat kinderen al voordeel hebben van het spreken van meerdere talen, zijn er ook nog andere bijkomende voordelen. Win-win dus. Uit onderzoek is gebleken dat meertalige mensen flexibeler en creatiever zijn en beter problemen op kunnen lossen. Als klap op de vuurpijl krijgen ze mogelijk ook wat later Alzheimer.

Niet voor alle kinderen is tweetaligheid een voordeel, heb ik gemerkt. Wanneer een kind duidelijk taalzwak is of thuis minder wordt gestimuleerd, kunnen meerdere talen soms juist voor verwarring of achterstanden op school zorgen. Dit wordt bijvoorbeeld gezien bij sommige migrantenkinderen van niet-westerse afkomst. Het herinnert mij aan een voorval op mijn stage als pædagoog/psycholoog op een speciaal-onderwijs-school in Denemarken. De kinderen kregen les, maar deze werd vaak verstoord door allerhande gedragsproblemen. Na een relatief kalme dag werd mij gevraagd om als beloning een lesje Nederlands te geven. Na een korte introductie gingen we aan de slag met de eerste zinnetjes. Hoe gaat het? Met mij gaat het goed. Alsjeblieft, dank je wel… De kinderen zaten aandachtig te luisteren en probeerden de nieuwe taal voorzichtig uit. Een normaal wat stille jongen, Mohammed (Mohammel voor de Denen) oefende ook met de nieuwe zinnen. In de Deense les had hij veel moeite met het lezen en schrijven. In accentloos Nederlands vroeg hij hoe het met mij ging. Ik keek hem aan en heel even dacht ik dat hij mij voor de gek hield. Hij zag mijn verraste blik en vertelde schuchter dat hij het gemakkelijk vond, omdat het op Arabisch lijkt. Dat praat hij thuis alleen maar. Was die jongen maar tweetalig Arabisch-Nederlands, was mijn gedachte. Wat een opluchting zou dat voor hem zijn. Die middag heeft hij veel complimenten gekregen over zijn uitspraak en hij straalde toen hij in de taxi naar huis stapte.

Mijn eigen taalwondertje corrigeert inmiddels het Deens van haar moeder met enige regelmaat. Wie weet word ik ook binnenkort door haar besproken in een geanimeerd gesprek met Deense of Nederlandse vriendinnetjes…….