Coronadagje

DSC_2890“Mama, mama, kijk, het is feest; ze hebben vlaggetjes bij de børnehave!” Enthousiast beweegt mijn 5-jarige zoon heen en weer in zijn zitje achterop mijn fiets. Hij overstemt zijn bijna 2-jarige zusje die luidkeels zit te ‘zingen’ in het voorstoeltje. Samen kijken we naar de rood-witte vlaggetjes die wapperen aan de omheining van de Deense kinderopvang. Bij het hek staat een korte rij wachtende ouders achter keurige strepen met twee meter ertussen. De kinderen wippen enthousiast heen en weer, de ouders lijken wat onwennig. In de opening in het hek staat het breedlachende hoofd van de børnehave om iedereen welkom te heten. We stappen van de fiets en voordat ik het doorheb, zijn mijn twee kinderen al verdwenen. Door het hek, de speelplaats op, naar hun vriendjes en leidsters. Door de omheining zwaaien we nog een keer naar elkaar en dat was het. Einde van de volledige lockdown en start van iets nieuws.

Denemarken was kordaat en duidelijk in zijn coronabeleid. Op donderdagavond 13 maart werd in een persconferentie door de minister-president afgekondigd dat het land in lockdown zou gaan. Scholen dicht, kinderopvang dicht, verenigingen dicht, thuiswerken, geen bezoek meer in huis en afstand houden. Een dag later gingen de grenzen dicht en moesten Denen in het buitenland zo snel mogelijk naar huis komen. Door de strenge coronamaatregelen zagen de Denen de ernst van de situatie in en werden de maatregelen strikt opgevolgd. Hier worden ze nu, ruim een maand later, voor ‘beloond’. De kinderopvang mag weer open en ook de lagere klassen van de folkeskole mogen weer naar school. Als de instituten zich tenminste aan alle richtlijnen van het Sundhedsstyrelsen (Deense RIVM) kunnen houden. Dit betekent dat er nog steeds gemeentes zijn waar een gedeelte van de opvang dicht is, omdat er simpelweg te weinig binnen- en buitenruimte is om goed afstand te kunnen houden.

Als psycholoog heb ik mij de twee weken voor de heropening druk gemaakt. De vakbonden hebben namelijk totaal niet meegepraat over de richtlijnen. De regelgeving is gericht op het voorkomen van besmetting met het coronavirus en niet praktisch, pedagogisch en didactisch uitgewerkt. Met mij waren er meer psychologen die bang waren voor de emotionele en psychische gevolgen van alle afstands- en hygiëneregels. Grethe Kragh-Müller (specialist in ontwikkelingspsychologie) geeft aan dat ze zich vooral zorgen maakt over het ontwikkelen van angst bij kinderen. Dit in verband met alle vragen die de nieuwe situatie bij hen oproept. Wanneer volwassenen antwoorden op de vragen, zullen die antwoorden vooral nieuwe vragen oproepen. De grootste problemen verwacht ze met de jongste kinderen (1 en 2 jaar oud). Zij komen na een paar weken in hun vertrouwde thuisomgeving in een heel andere, voor hen onbegrijpelijke, situatie. Hierbij is het, door de opdeling in kleine groepen, niet altijd mogelijk om bij een bekende leidster te zijn. Ook zijn ze mogelijk niet altijd ingedeeld bij vriendjes. De ouders mogen ook niet mee naar binnen om de kinderen rustig te laten wennen. Dit kan bij de kinderen gevoelens van angst en onveiligheid oproepen (Fagfolk: Små børns psykiske helbred er i fare i daginstitutioner med corona-regler, politiken 14-04-2020). In dezelfde periode kwam een officieel filmpje van het Sundhedsstyrelsen in opspraak. Kinderen werden door middel van een animatie gewaarschuwd voor de rode coronamannetjes. Die zouden winnen als ze niet goed hun handen zouden wassen. Het zou kinderen angstig maken. Daarnaast zou de verantwoordelijkheid voor het handen wassen bij de volwassenen moeten liggen en niet op de schouders van de kinderen moeten rusten. Ik heb mijn kinderen dit filmpje uit voorzorg niet laten zien.

Wij zijn nu een week verder en mijn kinderen hebben laten zien hoe flexibel ze zijn. Ze hebben zich razendsnel aangepast aan de nieuwe situatie en alle drie, op hun eigen manier, een positieve ontwikkeling laten zien. De oudste heeft geleerd om zelfstandig naar school te fietsen, de middelste heeft een enorme conditie opgebouwd vanwege alle gelopen kilometers in de natuur en de jongste kan nu zelf op het toilet gaan zitten en haar handen wassen. De børnehave en school draaien nog met hetzelfde hartelijke personeel van voor de crisis. Ze pakken een hand vast, of geven een knuffel als een kind dat nodig heeft. Soms gaat gelukkig de pedagogiek boven de hygiëneregels. Ook zijn de kinderen ingedeeld in groepjes met hun beste vrienden, dat scheelt natuurlijk enorm. Wij als ouders beginnen trouwens heel voorzichtig ook de voordelen van de nieuwe situatie in te zien. De scholen en børnehave zijn door het verplicht werken in kleinere groepjes gedwongen meer personeel in te zetten. Hierdoor is er meer individuele aandacht voor de kinderen. Dit wilden de vakbonden en ouders al jaren en nu is het ineens voor elkaar. Ook gaan de kinderen door het verplichte buiten zijn vaker ‘eropuit’ en wordt er in het programma meer aandacht besteed aan beweging en sport. Het ophalen van kinderen duurt nu in plaats van een kwartier maar 5 minuten. De kinderen willen niet nog 10 keer op de schommel en nog even hun toren afbouwen, maar snel naar hun ouders bij het hek. De leidsters verzamelen ondertussen alle uitgeworpen jassen en schoenen op de speelplaats. Wij als ouders kunnen het kind, met tas, kant-en-klaar meenemen. Al het schoonmaken en handen wassen heeft als voordeel dat vermoedelijk ook de andere ‘kinderziektes’ minder verspreidingskansen hebben. Mijn kinderen zijn in ieder geval al weken kerngezond. Tot slot zijn de school- en opvangdagen nog steeds korter (maximaal van 8.00 tot 15.00 uur), dus is er in de middag meer familietijd dan voorheen.

‘Mama, zullen we morgen een coronadagje doen?’ Mijn 5-jarige zoon zit moe naast me op de bank na een dagje børnehave. ‘Wat wil je doen dan, op een coronadagje?’ vraag ik. ‘Nou, dat we dan lekker voor het ontbijt televisie mogen kijken in onze pyjama en jij de juf bent en dat we binnen gaan knutselen.’ Ik kijk hem aan en glimlach. ‘Ja, laten we af en toe een coronadagje doen in het weekend, oké?’